Mijne heren
Op de site van het NK wordt gevraagd, waarom grootmeesters de opening uit de partij Thijssen - Boomstra spelen.
Kennelijk weten andere mensen hoe ze commentaar moeten toevoegen. Wat ik ook probeer het lukt mij niet om enige tekst toe te voegen op de site zelf. Kennelijk ben ik te oud voor dit soort nieuwigheden. De helptoets geeft mij help voor Google Chroom.
In de masterclass is de opening aan de orde geweest. De stand deed zich voor tijdens de match Andreiko - Sijbrands (2e winstpartij van Sijbrands). Het gaat feitelijk om een buitengewoon interessante klassieke positie. De zwartspeler heeft de opening bestudeerd en een aantal nieuwe bevindingen gedaan. De cruciale stand is de stand na 11 zetten van wit. Voorheen speelde vrijwel alle zwartspelers 13-18, 8-13, etc. Er ontstaat dan een klassieke positie, die beter lijkt voor zwart, maar het niet is. Dat zit hem in het feit, dat wit het centrum bezet en daarna de opstoot 27-22x22 kan doen. De hangende schijf van zwart op 7 doet dan pijn. In het boek over de match geeft Ton Sijbrands wat varianten.
Eerder deed de zwartspeler, Boomstra, een opbouw met dicht bouwen van het centrum achter schijf 18 gevolgd door 20-24, etc. (i.p.v. het gebruikelijke 19-23, 14-19 etc.). Er ontstaat dan een volledig symmetrische stelling, waarin wit de voorzet heeft. Dat was eigenlijk nog nooit eerder vertoond. Wit ruilde naar 21 en kreeg een verpletterende aanval over zich heen, omdat zwart naar 28 en 29 ging. Iedere grootmeester heeft vanzelfsprekend deze partij gezien. Vandaar het nieuwtje 19-24 uit de partij. Ik neem aan dat Kees Thijssen hierna heeft proberen te berekenen, wat de bedoeling van zijn tegenstander precies is. Het is nog nooit eerder gespeeld en ongetwijfeld een huisvlijtje.